Zuurstof in de Natuur
De lucht die wij inademen bestaat voor ongeveer 21% uit zuurstof. Zuurstof komt in de natuur vooral in de traag
reagerende triplettoestand (3O2) voor. De tripletzuurstof kan door het lichaam niet worden
gebruikt en dient door het lichaam zelf te worden geactiveerd om via de longen naar het bloed en
uiteindelijk naar de cellen te worden getransporteerd.
De zeer reactieve en actieve vorm van zuurstof wordt singlet-zuurstof (1O2) genoemd. De positie
van de elektronen onder elkaar is bij dit zuurstof molecuul veranderd.
Twee ongepaarde elektronen met een parallele spin
worden omgevormd in gepaarde elektronen met een antiparallele spin.
Singletzuurstof komt sinds miljoenen jaren in de natuur voor en wordt ook door het lichaam zelf aangemaakt om
stofwisseling en overdracht van signalen mogelijk te maken. Om voor het transport en de verbranding te kunnen zorgen
wordt voortdurend zuurstof geactiveerd en dus energie verbruikt. Tijdens ons leven vermindert het vermogen van onze cellen om voldoende energie te produceren (ATP adenosinetrifosfaat),
bijvoorbeeld als gevolg van ziekte, stress of het verouderingsproces. De energie wordt geproduceerd in de
energiefabriekjes in de cellen, de zogenaamde mitochondriën. Een steeds minder zuivere verbranding, met een steeds lagere
ATP productie en een hogere productie van zuurstofradicalen leidt tot beschadiging van biomoleculen in de cel
waaaronder ons DNA - en een versnelde celveroudering. Bij een ontoereikende energieproductie wordt dus ook minder
zuurstof geactiveerd, met als gevolg een lagere ATP productie.